Ik ben een rasechte Rotterdammer. Net als mijn ouders, en hun ouders en grootouders. Ik ben 24 jaar geleden vertrokken uit Rotterdam om te gaan studeren in Maastricht. Daarna kwam ik weer terug naar Rotterdam voor een baan bij het Erasmus MC. Ik woonde in een appartement op de West-Kruiskade, boven een toko dus je weet wel wat dat betekent: muizen en kakkerlakken. Ieuw. Maar toch. Ik zat er heerlijk. Een paar dagen nadat ik de sleutel kreeg stond er een grote kop op de voorpagina van de krant: “iedereen is wel eens beroofd op de West-Kruiskade”. Mijn moeder vond het maar niks, maar ik zat er prima. Je moest de krantenkop toch met een korreltje zout nemen: het waren vooral de kleine zijstraatjes waar mensen beroofd werden.

Chicago aan de Maas

Toch moet ik toegeven: toen ik eenmaal met het gemoedelijke zuiden kennis had gemaakt, kon ik moeilijk wennen aan de drukte en gejaagdheid van de grote stad. Uiteindelijk ben ik voor werk in Oss terechtgekomen. “Chicago aan de Maas” kopte laatst de krant nog. Er gebeurt hier van alles. En niet altijd even goed (ik grap dus vaak dat ik me hier als Rotterdammer prima thuisvoel) maar dat is een kleine kern van raddraaiers. Hier in Oss is een enorm gemeenschapsgevoel (denk maar aan het ongeluk met de Stint), een niet-lullen-maar-poetsen mentaliteit en mensen die altijd voor je klaar staan. Ook hier heeft de recessie hard toegeslagen -er is geen winkel meer open- maar de terrassen en restaurants zitten altijd vol. Na hard werken is het hard genieten. Onze kinderen zijn hier geboren. Oss is mijn thuis.

Rotterdam is mijn hart

Oss is mijn thuis. Maar Rotterdam is mijn hart. Deze klopt harder als we naar Rotterdam rijden en de skyline duikt op. Als we mijn ouders bezoeken op hun volkstuin op het eiland van Brienenoord en ik zie de Brienenoord boven me. Net als dat van mijn zus moet mijn as (als het -over hopelijk hele lange tijd- zover is) terug worden gebracht naar Rotterdam. Er is geen andere plek. Ook in ons nieuwe huis (waar we nog steeds bezig zijn) zie je Rotterdam terug. Zo kreeg ik van mijn man deze fantastische poster voor op mijn werkplek. Hij weet precies wat ik mooi vindt.

Omdat ik hem dat ook precies tot in de kleinste detail heb verteld.

Mijn vader de koning

Mijn ouders wonen nog in Rotterdam. Ze zullen er nooit, maar dan ook echt nooit weggaan. Van hun heb ik de liefde voor het schatzoeken. Toen ik nog klein was ging ik al mee. Mijn vader is een koning in het schatzoeken. Hij weet precies waar en wanneer hij moet zijn. Hij vindt het ook maar wat mooi (of gers, want ja dat zeggen mensen in Rotterdam echt) dat ik een beetje in zijn voetsporen treedt én het geeft hem extra reden om op pad te gaan. Het begon met de vintage riemen, maar sindsdien komt hij regelmatig met een partijtje-dit of een partijtje-dat aan. Een tas met stropdassen, een zak met broches en oorbelletjes (o.a. de Carmen Miranda oorbellen waar ik laatst over schreef) en pas geleden kwam hij aan met twee grote zakken met oorbellen. Veel in de categorie: groot en opvallend! Deze heb ik uitgezocht (of beter gezegd: ik heb mijn jongste dochter aan het werk gezet) en neem ze dit weekend mee naar BOEL in Den Bosch.

Rotterdam stropdas

Mijn vader neemt zoveel mee, ik hoef zelf bijna niet meer op pad. Maar dat doe ik wel hoor, want dat is het leukste aan een webshop in vintage accessoires hebben. En soms vind ook ik echte pareltjes, zoals deze Rotterdam stropdas. En die vond ik gewoon, hier in Brabant. Mijn bloed ging een beetje sneller stromen toen ik hem zag: Zadkine, de Euromast, de Willemsbrug en de SS Rotterdam. En dan ook nog van 100% zijde. Ik heb hem al een tijdje in huis, want ik moest even wennen aan het idee van afscheid nemen. Maar hij hoort bij iemand die hem nog heel veel gaat dragen.

Als trotse Rotterdammer. Net als ik.

Stropdas Rotterdam gemeentewerken rotterdam

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *